superklas > LZ4C: ‘Een fijne klas met oog voor elkaar’

superklas > LZ4C: ‘Een fijne klas met oog voor elkaar’

Iedere maand wordt in de LC Courant een ‘superklas’ voorgesteld. Deze maand is dat LZ4C van de locatie Landeweer (vmbo-bb/kb). De leerlingen doen de richting zorg & welzijn. De klas heeft twee mentoren: Mirjam Verstegen en Gonnie Rietman. Zij vertellen eerst iets over hun klas. Daarna komen de leerlingen zelf aan het woord.


DE MENTOREN OVER DE KLAS
Mirjam Verstegen: “LZ4C is een superklas omdat ze in tien minuten een feest kunnen organiseren. Verder zie ik dat de leerlingen oog voor elkaar hebben. Als mentor is het prettig dat de leerlingen altijd bij het mentoruur aanwezig zijn. Daar wordt nooit over gemopperd.”
Gonnie Rietman: “Het is een fijne klas met goed onderling contact. Ze zorgen voor elkaar en ze zijn betrokken bij elkaar. Positief is ook dat de leerlingen aanspreekbaar zijn en ook elkaar aanspreken op gemaakte afspraken. We gaan ervan uit dat de klas een superklas blijft en dat ze in 2018 slagen en kunnen verdergaan met wat ze in de toekomst willen doen.”


DE KLAS OVER DE KLAS
Bo Derksen: “Ik vind dat we een leuke klas hebben, want we kunnen lachen met elkaar maar ook serieuze gesprekken hebben.”
Amber Lammers: “LZ4C is een leuke klas, gezellige sfeer!”
Delano Lodewijk: “Ik vind ons een heel gezellige klas, omdat er nooit ruzie is en iedereen voor elkaar zorgt en er wordt veel initiatief getoond.”
Inge Loef: “Ik vind de klas een gezellige klas. We kunnen bijvoorbeeld heel goed met elkaar praten over allerlei dingen, vooral in de lessen van mevrouw Böhmer. Dat vind ik heel fijn.”
Lois ter Beest: “Ik vind dat we een hele leuke klas hebben, iedereen kan goed met elkaar en we steunen elkaar wanneer dat nodig is.”
Femke van de Zand: “Het is een drukke maar gezellige klas.”
Kristel Wolsink: “LZ4C is een erg fijne klas. Je kunt het meeste gewoon zeggen, zonder dat er raar op wordt gereageerd. We organiseren niet zo heel veel, maar wat we wel doen is een kerstontbijt met de hele klas.”


DE KLAS OVER DE MENTOREN
Sadie Dijkman: “Je kunt altijd bij ze terecht.”
Esmee Guiting: “Mevrouw Verstegen en mevrouw Rietman zijn twee heel fijne mentoren. Als er iets is, kun je altijd bij ze terecht.”
Manon Kersjes: “Ze versterken elkaar.”
Inge Loef: “Ik vind dat ze goed voor ons opkomen, vooral bij de lessen Nederlands.”
Kaylee van Alst: “Ze helpen ons goed als er iets is en je kunt bij ze terecht als je wat kwijt wil.”
Daphne van Kampen: “Ze doen alles goed en organiseren dingen goed, niks kan beter.”
Jan-Willem van Mierlo: “Ik vind het fijn dat ze me steunen in de opleidingen die er zijn.”
Lotte Vos: “We hebben goede mentoren, alleen is mevrouw Versteeg soms een beetje vergeetachtig.”


DE KLAS OVER VIJFTIEN JAAR
Bo Derksen: “Ik weet nog niet wat ik over vijftien jaar wil doen.”
Sadie Dijkman: “Over vijftien jaar hoop ik een baan te hebben en een eigen huis en ik denk dat ik nog contact heb met mijn vrienden.”
Esmee Guiting: “Over vijftien jaar hoop ik een gezin te hebben en te werken met kinderen.”
Manon Kersjes: “Een leuke baan waarin ik met kinderen werk.”
Amber Lammers: “Ik hoop over vijftien jaar leuk werk te hebben en of ik dan nog contact heb met mensen uit mijn klas kan ik niet voorspellen.”
Angelique Ledderhof: “Dan werk ik hopelijk in een ziekenhuis.”
Delano Lodewijk: “Over vijftien jaar ben ik leraar op een basisschool en heb ik een heel lieve vriendin.”
Inge Loef: “Ik denk dat ik over vijftien jaar op een basisschool werk en ik hoop/denk dat ik nog steeds bevriend ben met mijn vriendinnen.”
Marleen Slutter: “Ik weet nog niet wat ik over vijftien jaar aan het doen ben, iets met zorg denk ik.”
Lois ter Beest: “Ik hoop dat ik dan een leuk gezin heb, een mooi huis en natuurlijk een goede baan.”
Kaylee van Alst: “Dan hoop ik juf te zijn op een basisschool.”
Femke van de Zand: “Over vijftien jaar ben ik een lerares in het basisonderwijs, ik denk niet dat ik dan nog contact heb met de klas.”
Daphne van Kampen: “Over vijftien jaar zie ik mezelf in een kapsalon werken of een eigen zaak hebben.”
Jan-Willem van Mierlo: “Ik hoop dan in Engeland te wonen en dat ik dan werk in een teppanyakibar.”
Lotte Vos: “Ik wil naar de landmacht.”
Kristel Wolsink: “Ik hoop dat ik over vijftien jaar ben afgestudeerd en als verpleegkundige in een ziekenhuis werk, het liefst met kindjes. Dat lijkt me zo ontzettend leuk en interessant. Ook hoop ik dat ik nog contact heb met mijn vaste vriendinnen/vrienden, you never know!”


DE KLAS OVER HET SCHOOLJAAR
Esmee Guiting: “Ik vind het nog niet spannend voor het examen, maar dat komt denk ik nog. Ik zou heel graag naar het mbo willen.”
Manon Kersjes: “Ik vind het examen wel spannend.”
Angelique Ledderhof: “Tot nu toe vind ik het niet spannend om examen te doen.”
Delano Lodewijk: “Ik vind het nu nog niet zo spannend om examen te doen en ik heb heel veel zin om naar het mbo te gaan.”
Marleen Slutter: “Het gaat erg snel dit schooljaar, wel leuk maar ook spannend omdat je examen moet doen. Ik hoop natuurlijk dat ik slaag.”
Jan-Willem van Mierlo: “Ik hoop dat ik zo snel mogelijk met deze school klaar ben en dat is niet omdat het hier saai is, want dat is het niet, maar omdat ik graag zo snel mogelijk aan het werk wil.”
Kristel Wolsink: “Ik vind het erg spannend om mijn examen in te gaan. Ik sta er op dit moment oké voor, alleen zou ik graag nog iets betere cijfers halen. Daar doe ik mijn best voor. Aan de andere kant vind ik het tof dat ik hierna naar een andere school ga en andere mensen ontmoet.”


LIEF OF KNAP?
Bo Derksen: “Lief, want ik vind lief belangrijker, aan alleen knap heb je niets.”
Sadie Dijkman: “Lief, want het gaat om het innerlijk.”
Amber Lammers: “Met lief zijn kom je verder dan met een knap uiterlijk.”
Angelique Ledderhof: “Beide.”
Delano Lodewijk: “Ik vind lief veel belangrijker omdat ik liever iemand heb die lief is dan iemand die knap maar gemeen is.”
Inge Loef: “Lief en een beetje knap. Ik vind lief belangrijker, maar hij mag ook wel een beetje knap zijn.”
Lois ter Beest: “Lief, ik vind uiterlijk niet altijd belangrijk - maar het zou niet erg zijn. Ik vind het belangrijker om betrouwbaar te zijn.”
Daphne van Kampen: “Lief, je kunt wel met iemand omgaan die heel knap is, maar je hebt er niks aan als hij of zij een grote mond geeft. Kun je beter met iemand gaan die niet heel knap maar wel lief is.”
Lotte Vos: “Knap, omdat ik niet naar iets lelijks wil kijken.”


HOUDEN VAN
Sadie Dijkman: “Mijn moeder, want ze is er altijd voor me.”
Angelique Ledderhof: “Ik hou van mijn ouders en zusje, omdat ze altijd voor mij klaarstaan en ik alles met ze kan delen.”
Inge Loef: “Ik hou van mijn ouders, omdat ik altijd bij ze terecht kan en omdat ze alles voor me over hebben. Het zijn gewoon heel lieve ouders en ik hou ook van mijn zus Sanne. Ik kan haar altijd alles vertellen en ze helpt me ook met school, ze is gewoon een lieve zus. Ik hou ook van mijn vriendinnen, ik kan altijd bij ze terecht. Het zijn gewoon lieve vriendinnen.”
Femke van de Zand: “Van mijn moeder, omdat ze altijd goed advies heeft over bepaalde beslissingen.”
Daphne van Kampen: “Ik hou van mijn moeder, omdat zij er altijd voor me is en mij door een heel moeilijke tijd heeft heen geholpen en niet alleen mij maar ook mijn zusjes. Kort gezegd: ik heb een topmoeder van wie ik hou!”
Jan-Willem van Mierlo: “Wat diegene zo bijzonder maakt is dat ze dezelfde interesses heeft en dat heb ik nog niet zoveel meegemaakt. En dat we leuk over dezelfde dingen kunnen praten.”
Lotte Vos: “Van mijn tweelingbroertje Sam. We zijn echt door dik en dun en kunnen niet zonder elkaar.”


OF/OF
Verkering 67% / lekker single 33%
Fiets 33% / scooter 67%
De Graafschap 44% / Vitesse 44% / geen antwoord 12% 
Alcohol 61% / frisdrank 39%
Kerstmis 89% / Sinterklaas 11%
Boek lezen 6% / Netflixen 94%
Instagram 33% / Snapchat 67%
Engels 33% / Nederlands 67%
Linkshandig 0% / rechtshandig 100%
Bedrijfsleven 11% / zorg & welzijn 89%
Kamperen 44% / hotel 56%



Terug naar overzicht